De halve marathon van Gent

18.12.2013
Aan welke stad denk je als eerste als je aan een halve marathon denkt in de winter? Juist, Gent! Ik had de eer om de winterloop in Gent te lopen en gedurende 21,623 KM te mogen genieten van het prachtige Vlaamse landschap inclusief modderige paden en de geur van verse koeien vlaai. Als kers op de taart stonden bij de finish ook nog eens 3 knappe, goed ruikende mannelijke Runner’s World redacteuren op me te wachten. 
Het hele Gent avontuur begon op zondag als in de vroege uurtjes toen om 06:00 mijn wekker afliep. Enthousiast als ik was sprong ik na 4 keer snoozen uit mijn bed richting de douche. Na een zeer snelle douche sessie van 15 minuten knutselde ik met wat blauwe tape een figuurtje op mijn knie en was het havermoutontbijtje aan de beurt. Na een paar happen merkte ik echter op dat het al bijna 7 uur was en dus spoedde ik me met het havermoutontbijtje naar de keuken om het over te gieten in een mee neem beker en snelde ik mij naar buiten waar 2 van de 3 knapper Runner’s World redacteuren me op zouden halen.

Na eerst een gezellig onderonsje buiten te hebben gehad met een paar buurtbewoners die overduidelijk niet de halve marathon van Gent gingen lopen maar een marathon bier drinken die avond al zeker hadden volbracht, waren daar de 2 knappe Runner’s World redacteuren, Ramiro en Marius met wie ik die andere knappe redacteur op ging halen, Ton. 

Nadat de 3 knappe Runner’s World redacteuren bij elkaar waren in de auto moest ik me tot Rotterdam beheersen en besloot ik maar een beetje weg te dutten. Eenmaal in Rotterdam kwam mede dreamteam lid Bart ons vergezellen en zaten we knusjes met z’n drietjes op de achterbank. 

Na de koffie van Marius was het nog voor de Belgische grens tijd voor mijn koekjes met glitters en chocolade en zonder gluten die ik als tegenprestatie voor de lift had gebakken. We hadden de koekkruimels nog niet uit de holtes van onze kiezen of Amaai we waren in België. De overgang van Nederland naar België was voor Bart en mij reden genoeg om onze Vlaamse trukendoos te openen waarna we tot Gent iedereen gek hebben gemaakt met onze zogenaamd plezante en amusante grapekes. 

Eenmaal in Gent, waren we er van overtuigd dat we de auto snel kwijt zouden kunnen met de VIP Parking sticker die de drie knappe Runner’s World redacteuren hadden gefixed. Niets bleek echter minder waar te zijn en VIP of niet het was achteraan aansluiten en zoals de Vlamingen dat zo mooi zeggen dat avverseerde van geen kanten. Aangezien de wedstrijd om 10:45 van start zou gaan en we om 10:15 nog niet de auto hadden geparkeerd begonnen uit mijn poriën lichte druppels angst zweet te komen en dus besloten we uit de auto te springen.

Eenmaal in de inkomhal van de topsport hal, ontmoette we mede dreamteamer Geert die de hele marathon zou gaan lopen. Vandaag zou zijn 30ste marathon worden en zonder enige zenuwen stond hij ons op te wachten om ons onze startnummers te overhandigen. Nog snel werkte ik een banaan en wat water weg en versierde ik mijn nieuwe New Balance shirt met vier veiligheidsspeltjes en pimpte ik het geheel nog wat extra op met een startnummer. Inmiddels was het een kwartier voor de start en ik moest nog mijn tas kwijt en naar het toilet. Ging dat eerste vrij snel door de inzet van kinder[scouting]arbeid, dat laatste vlotte niet zo. Minimaal een kwartier stond ik in de rij om te mogen toiletteren waarna er niet eens de gelegenheid tot handen wassen bleek te zijn. 

Met handen vol bacillen spoedde ik mij naar de start waar ik bij binnenkomt in het startvak het startschot hoorde en vrijwel direct aan de bak mocht. Tijd om even mijn gedachte op nul te zetten was er niet bij en ook mijn hoop om nog even een bemoedigende glimlach van een van de knappe Runner’s World redacteuren te ontvangen was snel vervlogen toen ik ze in geen velden of wegen kon bekennen. 

Ik liet me natuurlijk niet uit het veld slaan en ging voortvarend van start en liep mijn eerste kilometer traditiegetrouw veel te snel en onder de 5 minuten per kilometer. Het voortvarende tempo van tussen de 4:50 en 5:10 per kilometer hield ik de eerste 6 kilometer met gemak vol. Na 6 kilometer was daar het eerste water punt en wat verheugde ik me daar op zeg, ik liep van opwinding weer een paar seconde sneller om maar te kunnen genieten van een lekker bekertje water. Eenmaal aangekomen bij het waterpunt wist ik niet wat ik zag, op het erf van een boerderij stonden 2 opklapbare behang tafels opgesteld met wat bekertjes water. Ik liet me niet kennen en pakte een bekertje water wat ik geheel volgens traditie half over mijn shirt gooi omdat ik niet kan lopen en drinken tegelijk. Eenmaal voorzien van de nodige klots slokjes water begon ik iets te ruiken. Eerst dacht ik nog dat het er aan lag dat ik geen Immodium voor de race had genomen maar al snel bleek dat niet ik de lucht produceerde maar een stel koeien. Als stadsmeisje betekende dit neus dicht, verstand op nul en rennen. Maar na een kilometer of 3 begon dat rennen met m’n neus dicht me op te breken en wist ik even niet meer waar ik het had. Gelukkig was daar waterpunt 2 die geheel naar Vlaams gebruik niet alleen water en sportdrank serveerde maar ook plastic bordjes met zoute stokjes, borrelnootjes en rozijntjes. Van verbazing, verwarring en schrik liep ik kilometer 10 en 11 niet bijster snel en voelde ik de moed in mijn schoenen zakken. 

Bij kilometer 12 hoorde ik in mijn oren een bekende stem zeggen: ‘Gooooooooo Stacey’ het bleek het ingesproken berichtje van mijn vriend te zijn gevolgd door de elle lange aanmoediging van mijn ouders die ze inspraken voor de halve marathon van Amsterdam. Het gaf me weer wat nieuwe moed en kracht om door te lopen en ik was immers al op de helft. 

Bij kilometer 13 kon ik nog maar aan een ding denken, over de finish komen en opgevangen worden door die drie knappe Runner’s World redacteuren. Niet alleen hun voorkomen maar ook het feit dat ze niet naar koeien vlaai ruiken sleepte me door de laatste 7 kilometers heen die gingen over modderige paden vol kuilen, smalle blubberige paden en bruggen die uiteraard  werden omgeven door de niet te missen lucht van verse koeien vlaaien. De tranen sprongen me dan ook bijna in de ogen toen ik op het bord zag staan dat ik op 20 kilometer zat, hetgeen immers betekende dat ik nog mar 1,1 kilometer hoede af te leggen. 

Die 1,1 kilometer bleken er echter geen 1,1 te zijn en dus moest ik nog 500 meter verder lopen voor ik in de armen van een van de drie knapper Runner’s World redacteuren kon vallen. Met alle kracht die ik had probeerde ik in ieder geval nog net onder de 2 uur te finishen en door alle massaal toegestroomde toeschouwers buiten en de hartverwarmende sfeer bij de indoor finish zorgde er bijna voor dat ik boven mijzelf uit steeg maar uiteindelijk finishte ik toch met beide benen op de grond in 1:59:57. 

En daar waren ze, met 2 camera’s gefocust op mijn bezwete en waarschijnlijk rood gekleurde neus stonden daar de 3 Runner’s World redacteuren, de goed ruikende en knappe mannen die me direct het hemd van het lijf vroegen waarna het eerste wat ik uit kon kreunen was: ‘Amaai dat ging rap he?’

Krijg je in Nederland na de finish een flesje sportdrank van AA of Aquarius wat ik onder die omstandigheden verschrikkelijk kan waarderen, in Vlaanderen is daar een recuperatie drank en Cecemel. Aangezien de licht roze gekleurde recuperatie drank er nogal fluoriderend uitzag besloot ik voor de cecemel te gaan, hetgeen ook heel goed als recuperatie drank schijnt te werken. 

Na mijn finish en mijn genot van het blikje cecemel was het tijd om op onze marathon topper Geert te wachten. Dream Teamers Sanne, Vera en Kwinten liepen allen zeer succesvol de 10 kilometer en ook Bart was net als ik al binnen van de halve marathon. De 1,5 uur die we op Geert moesten wachten kwamen we door met filmpjes opnemen, blaren tellen, omkleden, kletsen, evalueren met Rob en zitten. Maar ons wachten werd beloont toen Geert in een tijd van 3:37 met zijn maatjes over de finish van zijn 30ste marathon kwam. 

Zou je verwachten dat iemand afgepeigerd is na 42 kilometer, Geert niet, hij leek er zo nog een stukje of 20 aan te kunnen plakken. Misschien was het ook wel zijn vooruitzicht om de drie knappe redacteuren van Runner’s World te zien dat hem zo fit en vitaal hield maar ik kan toch echt niet beloven dat ik er zo fris uit zie als ik over de finish kom in Rotterdam! 

Na een traktatie van Geert was het tijd om weer terug te keren naar Nederland en afscheid te nemen van de topsporthal in Gent. Na een city tour door Gent met reisleider Ramiro kwamen we uiteindelijk veilig thuis van een enerverende dag in Gent en moest ik uiteindelijk afscheid nemen van alle 3 de knappe Runner’s World redacteuren. 

Goed en nu de samenvatting van dit verhaal en mijn smoes waarom ik niet maar eigenlijk toch wel een PR heb gelopen: Ik liep dus de halve marathon van Gent in 1:59:57, inderdaad 2:40 minuten langzamer dan ik in Amsterdam liep. Maar in Amsterdam liep ik 21,124 km en ier 21,623 km, oftewel een halve kilometer verschil. Als je dan bekijkt dat ik een doorkom tijd van 1:56:44 had op de 21 kilometer, dank denk ik stiekem toch dat ik bij exact de zelfde afstand mijn PR net aan zou hebben geklopt.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.