Run the elements: 30 KM

13.02.2014
Zoals jullie weten liep ik afgelopen zondag de 30 kilometer in Schoorl. Zoals marathon loper Michel Butter zegt, leggen lange afstanden een vergrootglas op je persoonlijkheid. Wat er in je omgaat tijdens het lopen is een uitvergroting van je persoonlijkheid. Daarom bij deze wat er allemaal in mijn hoofd om ging tijdens het lopen. 
Sporthal-Startvak-Start
Wat ben ik blij dat ik een poncho bij me heb, en voor de zekerheid doe ik toch ook nog maar de capuchon van mijn jasje op. Volgens de App is het binnen een uurtje droog en loop ik de laatste 2 uur misschien nog wel met een matig zonnetje. In het startvak zijn er meer mensen die het optimistische weerbericht hebben en gezellig gaan we met onze poncho’s van start.  

Kilometer 1 – 5
Het regent, het regent, de pannetjes worden nat. Door de harde wind en de redelijk grote poncho kom ik helemaal nie vooruit, ik vang alle wind op met dat ding en besluit hem na 1,5 kilometer uit te doen en in de handen van oom Agent te drukken. Loop ik nou hard of juist langzaam, ik heb geen idee, door de regen durf ik niet op mijn horloge te kijken, bang dat hij nat wordt….

Kilometer 5-10
Wow die gel snoepjes zijn echt lekker, hopelijk doen ze hun werk goed! Maar ik begin me nu wel een beetje te vervelen, wat zal ik doen, mijn muziek harder zetten of aanhaken en sociaal lopen? Ik ga voor het sociale lopen en besluit ene Lucy met een startnummer voor de 30 kilometer te vragen of ik een beetje aan mag haken. Lucy loopt samen met haar buurman, Erik. Ze gaan voor de 30 tenzij ze bij 20 stuk zitten, dan slaan ze af. Ze hebben vorig jaar ook al Schoorl gelopen en waarschuwen me voor de heuvel. Ik moet gelijk aan Apeldoorn denken wat voor mij meer als de Alpen voelde, maar die Schoorl’se heuvel, ik heb er niets van gemerkt! 

Kilometer 10 – 15
Juppie ik mag weer een gel snoepje, die dingen zijn echt lekker! Waarom ben ik de enige die met snoepjes loopt, of tenminste zo lijkt het. Inmiddels zijn Lucy, Erik en ik gezellig aan het kletsen. Ze blijken uit een sportieve buurt van Hoofddorp te komen waar iedereen elkaar aansteekt om te gaan hardlopen. Er zijn nog meer overeenkomsten en gedeelde interesses en we lopen de duinen in waar ineens de wind scherp van links komt en onze gezicht voorziet van een grondige zandstraal beurt. Het lijkt wel alsof ik tegen een muur van wind op loop en ik ben blij als we de hoek om gaan en de wind in onze rug waait. Een mede loper stelt ons gerust dat we dit stuk niet meer tegen komen in de lus van de 30 kilometer.

Kilometer 15-20
Shit begin ik nu mijn enkel te voelen? Ja shit ik voel hem echt, oke Stac gewoon doorlopen niet aan denken. Ondertussen beginnen Lucy en Erik te twijfelen of ze wel voor de 30 moeten gaan en met de huidige pijn in mijn enkel weet ik bij de 16 ook nog niet of het verstandig is om door te lopen naar de 30. Bij de 18 kilometer krijg ik een lichte runner’s high, hetgeen heel welkom was en hetgeen ik ook al heel lang niet meer heb mogen ervaren. Ik vrolijkte iedereen op en liep bijna te huppelen van vrolijkheid. Nog even twijfelde Erik aan de inhoud van mijn snoepjes maar nadat hij er zelf een had geproefd moest hij bekennen dat er waarschijnlijk geen verdovende middelen inzaten. 

Kilometer 20-25
Jeej Erik en Lucy lopen mee naar de 30! Op het moment van de splitsing twijfelde ik geen seconde, ik voel me goed en had zin om verder te lopen. Ook wordt het eindelijk een beetje droog en dus kan ik de hele wereld aan. Op een kilometer of 23 voel ik me zelf zo goed dat ik besluit Erik en Lucy te verlaten en alleen verder te lopen. Het keer punt op 24 is even lastig omdat je een lange tijd lopers terug ziet lopen en er voor jezelf maar geen einde aan lijkt te komen. Na het keerpunt wordt het echter stil. 

Kilometer 25-27
Loop ik wel goed? Ik zie maar 1 loper voor me lopen en als ik me omdraai zie ik hoogstens 3 mensen achter me. Het is zo stil in de duinen op dit stuk dat ik me bijna afvraag of ik wel goed loop. Zonder dat ik het door heb begin ik te versnellen en begin ik mensen te zien en zelfs in te halen. Iedereen die ik inhaal spreek ik aan of ze spreken mij aan. We spreken even over hoe het gaat en ik loop weer door en blijf hopen snel weer in bewoond gebied te komen. 

Kilometer 28-30
Ik haal mijn telefoon uit mijn zakje en probeer mijn ouders te bellen, geen bereik, shit. Ik wil mijn moeder bellen, ik wil gewoon heel even dat ze me er doorheen praat. Ook Paul krijg ik niet te pakken en ik besluit maar gewoon te lopen. Kilometer 29 is zwaar omdat mijn hoofd de finish al ziet. De pijn in mijn enkel wordt heviger en mijn hang naar een warme douche groet met iedere stap die ik neem. Ik zie hem al liggen die finish. Niemand ziet mij, het regent pijpenstelen en dit is waarschijnlijk de treurigste finish die ik ooit mee zal maken. Ik pers er nog een laatste versnelling uit en kom over de finish met mij arm in de lucht! Hell yeah, I did it!

Finish-Sporthal
Wat aardig we krijgen een handdoekje, die heb ik wel nodig. Ik loop door met mijn flesje AA en handdoek waarna het even duurt voordat ik me realiseer dat er geen medaille gaat komen. Heb ik serieus 30 km gelopen in weer en wind voor 22,50 inschrijfgeld en ik krijg geen medaille? Bizar! ik ben nog boos en geïrriteerd als ik bij de deur de sporthal probeer in te komen. Maar hé, daar is Marius, gelukkig vrolijkt zijn enthousiasme me weer een beetje op. In de sporthal bel ik gelijk mijn ouders en zodra ik ze aan de lijn heb zie ik Kelly die de 10 gaat lopen. Niet veel later plof ik op de grond van de sporthal, ik wil naar huis en douchen…

0 reacties

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.